Hét ene dat ik altijd blijf doen – ook als mijn dagen overvol zijn

De schoolcampus van V&D. Wat mij betreft was dat altijd hét moment van het jaar, en dat bleef het tot V&D failliet ging – niet totdat ik niet meer op school zat. Schriften, collegeblokken, notitieboekjes, post-its en stickers hebben altijd een enorme aantrekkingskracht op me gehad en dat hebben ze, als ik heel eerlijk ben, nog steeds. Ik kocht al die boekjes en blokken ook nooit voor de sier, ik heb ze altijd volledig helemaal opgebruikt. Ik wist al jong dat ik dacht door te schrijven, dus ik schreef al die schriften vol. Ideeën, verhalen, gedachtes, meningen over boeken of films die ik had gezien, wat ik van m’n docenten vond… Maar ook de aantekeningen op school, tijdens lessen, tijdens het leren voor proefwerken, het stampen van woordjes: ik schreef. 

Het eindresultaat was dus dozen vol met volgeschreven schriften, mappen vol schoolaantekeningen, keurig gerangschikt per vak – en dus eigenlijk Heel Veel Aantekeningen waar ik achteraf niet zo heel veel aan had. “Volgens mij heb ik daar ooit iets over opgeschreven”, maar ik kon het bijna nooit terugvinden, tenzij ik nog wist in welk jaar of voor welk vak ik daarover geschreven had. En soms zag ik maanden later aantekeningen voorbij komen waarvan ik dacht: “en wát was ik hiermee van plan, over welk boek heb ik het hier, waarom dacht ik dat dit een goed idee was?” Kortom: eigenlijk had ik die aantekeningen dus net zo goed niet kunnen maken. 

De manier waarop ik aantekeningen maak, is inmiddels drastisch veranderd. Ik doe het nog steeds, hoe druk ik het ook heb, hoe overvol mijn dagen ook zijn. Ik maak aantekeningen bij alles, over alles. Het verschil is nu alleen dat ik die aantekeningen zó maak, dat ze ook over drie maanden, zelfs over drie jaar, nog bruikbaar zijn. Door deze manier van aantekeningen maken, kan ik makkelijk zien wat er tijdens mijn studie Franse taal en cultuur in college 3 van het vak Poésie et théâtre behandeld is, terwijl ik ook alles wat er besproken werd over Huis clos van Sartre met één klik kan terugvinden, net als alles wat er over Sartre besproken is tijdens de verschillende colleges van dat vak, maar óók tijdens de colleges van andere vakken, en vind ik ook alles terug over existentialisme, in welk college van welk vak, in welk jaar en in welke context dan ook dat behandeld werd. En toch heb ik voor al die verschillende dingen maar één notitie gemaakt. 

Mijn afgelopen jaar was druk. Heel druk. Ik zat in het afstudeerjaar van de bachelor, ik was bezig mijn bedrijf op te bouwen om volledig te kunnen gaan zzp’en, ik werkte 20 uur per week op een middelbare school als docent Duits, ik werkte aan het kunnen beginnen aan een officieel promotietraject en ik presenteerde mijn onderzoek op twee conferenties, waar ook de nodige voorbereiding in zat. Kortom: ik had af en toe werkweken van 60 uur. En daarnaast bleef ik aantekeningen maken, zelfs al dacht ik op het moment zelf dat het waardeloze notities waren. Halve zinnen, citaten met vraagtekens, spontane gedachten… Maar wel precies op de manier waarop ik altijd aantekeningen maak. En dat betekent dat als ik ze nu open, ik wel degelijk begrijp wat ik met die notities bedoelde. Ik weet precies waar het citaat vandaan komt waar ik die vraagtekens bij had gezet. De halve zinnen zijn logisch, als ik zie welke onderwerpen ik erbij had gekrabbeld. En de spontane gedachten bleken bijzonder bruikbaar toen ik zag welke concepten ik erbij genoemd had. Zelfs de hele snelle krabbels en gedachten bij bronnen die ik gebruikte voor mijn scriptie blijken goede startpunten te zijn voor de voorbereidingen voor de volgende conferenties en mijn promotieonderzoek. Ik zou overdrijven als ik zou zeggen dat mijn hele onderzoekslijn terug te vinden is in die halve spontane ideeën-krabbels, maar de basis ervan is absoluut zichtbaar. 

Aantekeningen maken is voor mij al lang geen gewoonte meer, maar een systeem. Omdat ik aantekeningen heb gemaakt bij alle bronnen die ik gebruikte voor vakken, kan ik nu snel een bron vinden als ik die nodig heb voor een abstract of paper – ook als ik die bron nooit aan het onderwerp gekoppeld zou hebben waar ik op dat moment over schrijf. Toen ik dus voor het vak Poésie et théâtre een beschouwing moest schrijven over een artikel dat mijn kijk op literatuur heeft veranderd, had ik daar niet langer dan een kwartier voor nodig. Al het materiaal stond uiteindelijk al in mijn notities. Had ik dit systeem niet gehad, dan had die beschouwing me zeker anderhalf uur gekost. 

Zo ziet dat er in de praktijk uit. Elk bolletje is een notitie, elke lijn een verband.

Een andere manier waarop mijn systeem zorgt voor tijdswinst, is dat ik elke bron eigenlijk maar één keer hoef te lezen. Mijn aantekeningen zorgen ervoor dat de informatie bewaard blijft, het systeem zorgt ervoor dat het terug te vinden is én dat ik altijd naar de bronnen kan verwijzen als dat nodig is, tot op de pagina van het citaat aan toe – zonder de bron nog een keer te hoeven raadplegen. Dit systeem heeft me uren tijdwinst opgeleverd in een periode waarin ik nauwelijks tijd had om mijn iMac opnieuw op te starten omdat dat te lang duurde. 

En een derde voordeel is dat ik eigenlijk nooit verlegen zit om onderwerpen voor papers en essays. Moest ik voor Francophonies een paper schrijven over “la mision civilisatrice”? Ik zocht het onderwerp op in mijn aantekeningen en ik had informatie, mijn eigen gedachtes erover, relevante bronnen en college-aantekeningen. Ik hoefde de informatie alleen nog maar te structureren en het paper was zo goed als klaar. 

Soms vind ik het echt jammer dat ik dit systeem pas later in mijn studie ben gaan gebruiken en dat ik het niet vanaf dag één heb gedaan ( je scriptie begint uiteindelijk op dag één), of dat ik nog niet op deze manier werkte tijdens mijn rechtenstudie. Hoeveel makkelijker zou ik het mezelf gemaakt hebben als ik het wél zo had gedaan? En oh, de middelbare school! Ja, ik was een modelleerling en ja, ik maakte aantekeningen, maar als ik dat op déze manier gedaan had… Er zijn serieus momenten dat ik dolgraag terug wil in de tijd. Maar hoe graag ik dat ook zou willen proberen, tijdreizen is onmogelijk. Jij kunt er echter wél eerder mee beginnen. De eerste workshop in Studie YES! gaat over dit onderwerp: effectief aantekeningen maken – precies het systeem dat ik hier beschrijf. Niet de theorie, maar hoe je het vanaf morgen direct toepast op je eigen studie. Misschien was ik ook wel veel beter geweest in wiskunde, als ik dit systeem dertig jaar geleden al had toegepast.